JODEN VERSTOPPEN IN WOONARK

De poort van Auschwitz

Onderduiken in Hattem

Het gereformeerde echtpaar Bakels en hun dochter Eelkje uit Hattem hebben postuum de Yad Vashem–onderscheiding gekregen. Dit is de hoogste onderscheiding die de staat Israël geeft aan niet–Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog Joden hebben gered. De Bakels hebben de Joodse broertjes Ronny en Ab Polak laten onderduiken in hun woonark die lag afgemeerd aan het Apeldoorns Kanaal, vlakbij de Hezenbergersluis.

Beschieting

Het getuigt van moed om aan het Apeldoorns Kanaal Joden te verstoppen. De Bakels bevonden zich met hun woonark in het hol van de leeuw. Deze waterweg werd namelijk veelvoudig gebruikt door Duitsers voor militaire transporten.

De geallieerden probeerden zo nu en dan de Duitse bevoorrading te frustreren. Als de dag van gisteren herinnert Ronny, inmiddels 68 jaar, een beschieting door de Engelsen.

Op een vroege zaterdagmorgen hoorde Ronny vliegtuigen naar beneden duiken. Opeens was er een enorme beschieting. Het schip dat tegenover de woonark van Bakels lag, werd onder vuur genomen.

Ronny: “We gooiden ons op de vloer en de kogels vlogen ons om de oren. Wat bleek nu, de Engelsen waren in de veronderstelling dat ze een Duits munitieschip hadden beschoten. Maar dat was al enkele dagen geleden vertrokken en daarvoor in de plaats lag nu een ander schip. Dat wisten de Engelsen niet. De mensen op het beschoten schip raakten zwaargewond. Dit is een van de angstigste momenten die ik heb meegemaakt.”

Yad Vashem gezin Bakels

Razzia's

Ronny en Ab hebben ook te maken gehad met razzia’s. Maar nooit zijn de broertjes ontdekt. Dat kwam door het kordate optreden van meneer Bakels. Hij wist wel hoe hij Duitsers aan moest pakken.

De broers vertellen dat Bakels een man was met een groot rechtvaardigheidsgevoel. Daarbij deinsde hij er niet voor terug om tegen de Duitsers een grote mond op te zetten.

Ronny: “Als de moffen aan de deur kwamen voor een huiszoeking zei hij dat ze niets te zoeken hadden op zijn boot. Ze moesten gewoon opdonderen. Geen enkele Duitsers heeft ooit een stap op zijn woonark gezet.”

Ab, die nu 66 is, herinnert zich een voorval van een Duitser die de fiets van meneer Bakels wilde jatten. “Bakels is net zolang achter de mof aangehold totdat hij zijn fiets terug had. De dief ging er als een bang haasje vandoor.”

De broers praten met veel liefde over Eelkje, de dochter van het echtpaar Bakels. De jongens noemden haar mama Eelkje. Zij was degene die Ronny en Ab dagelijks verzorgde. Ook kregen de broertjes onderwijs van haar in taal, schrijven en rekenen.

Na de oorlog hebben de broers altijd intensief contact onderhouden met mama Eelkje. Ronny en Ab kregen tijdens hun onderduikperiode in huize Bakels een streng gereformeerde opvoeding. Dat hield in dat de jongens voor het eten en naar bed gaan, moesten bidden. Vreemd vonden ze dat niet.

Ronny: “Als klein kind accepteer je dat gewoon en je stelt geen vragen. Je went eraan.” Ook gingen de jongens op zondag netjes mee naar de gereformeerde kerk in de Achterstraat in Hattem. Dan zeiden de Bakels tegen de broers: “Zondag ga je naar Gods huis en daar kan je niets gebeuren.”

Bevrijding

Na de bevrijding werden Ronny en Ab door hun ouders opgehaald. Het blijde moment van gezinshereniging verliep toch wat anders dan verwacht. De broertjes kenden hun eigen ouders niet meer.

Ronny: “Het was best een traumatisch moment. In eerste instantie wilden we helemaal niet weg van de woonark. Maar op een gegeven moment begrepen we wel dat zij onze ouders waren.

We zijn toen teruggegaan naar Utrecht waar we voor de oorlog ook al woonden. Ons gezin werd uitgebreid met een neefje en nichtje waarvan de ouders omgekomen waren.”

Dit artikel is gepubliceerd in de Hattemer Courant in november 2005. Het artikel is opgeslagen in het archief van herdenkingscentrum Yad Vashem.

In onderstaande video komt Polak aan het woord bij seconde 0:15 – 04:00.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

10 − negen =