Reünie is eerbetoon aan Molukkers van kamp Nuis

Marum – Als klein jongetje van drie jaar kwam Eli Soumokil (54) vanuit de Molukken naar Nederland. “Ik vond het hier bitterkoud”, herinnert hij zich nog. Het gezin Soumokil werd gestationeerd in Nuis, in het Westerkwartier. In de volksmond werd deze plaats kamp Nuis genoemd. Ongeveer vijfhonderd Molukkers woonden hier jarenlang in houten barakken. Soumokil, zijn zusje en ouders moesten één barak delen met maar liefst acht andere gezinnen. Het was erg krap en van privacy was geen enkele sprake. Via een gordijn of een muur van geperst stro werden de kamers van elkaar gescheiden.

Door Doriet Begemann // Dit artikel is geplaatst in het Friesch Dagblad // 25 januari 2003

UITNODIGINGEN VERSTUREN

Vijftig jaar later organiseert Soumokil met zeven vrienden uit kamp Nuis een reünie. Het feest, dat in juni gehouden wordt, belooft groots te worden. Over twee weken vliegen de uitnodigingen de deur uit. De gemeente Marum draagt haar steentje bij door 3500 euro beschikbaar te stellen. Bovendien mag Soumokil het gemeentelijke adressenbestand gebruiken.

Van de meeste Molukkers uit kamp Nuis heeft Soumokil lange tijd niets gezien of gehoord. Hij weet niet waar ze wonen of wat ze doen. “Ik stuur de uitnodiging gewoon op en hoop dat de mensen er nog wonen.”

De oudbewoners van kamp Nuis worden ook uitgenodigd via de radiouitzending Soara Maluku en de Molukse Evangelische Kerken. Soumokil verwacht ruim vierhonderd mensen. Hij ziet de bijeenkomst als een “eerbetoon aan de eerste generatie Molukkers die naar Nederland is gekomen. Dat hebben ze verdiend”, zegt hij uit de grond van zijn hart. De derde en vierde generatie zijn ook welkom.

“Zij mogen nooit vergeten hoe wij in kamp Nuis gewoond en geleefd hebben. Nuis is een stukje van onze geschiedenis geworden.”

EERSTE GENERATIE OVERLEDEN

Inmiddels zijn veel Molukkers van de eerste generatie overleden en de houten barakken in Nuis zijn allang verdwenen. Niets doet meer denken aan een Moluks kamp in Nuis. De vader van Soumokil is overleden. Zijn moeder van 86 hoopt er wel bij te zijn.

De reünie is een blijde gebeurtenis, maar het leven in kamp Nuis was niet makkelijk, vertelt Soumokil. Er was weinig geld en de Molukkers gingen bij boeren in de omgeving voor een paar centen aardappels rooien.

Het leven in kamp Nuis doet sterk denken aan dat van de Molukkers die tussen 1954 en 1969 in Gaasterland woonden. In die periode leefden 55 Molukse gezinnen in een kamp bij Harich. Zij hadden in 1986 een reünie. Vijf jaar geleden onthulde burgemeester Pitlo van GaasterlânSleat in de bossen aan de Wyldemerkwei een monument ter ere van de Gaasterlandse Molukkers.

STRENG EN KOUD

De winters waren streng en vreselijk koud, in het Molukse kamp Nuis. Het leek soms of het binnen ook sneeuwde, vertelt Soumokil. De primitieve kachel, die gestookt werd op kolen en turf, was lang niet voldoende om de slecht geïsoleerde houten barak te verwarmen. Eigenlijk was het een levensgevaarlijke situatie met al dat geperste stro in ‘huis’.

Soumokil herinnert zich dat hij elke dag ongeveer vijf kilometer naar de christelijke school in Marum moest lopen. Het was ijskoud. “Voor al dat ongemak haalde je de schouders op. Het was toch maar van tijdelijke duur, dat had men ons verteld”, zegt Soumokil. Een paar maanden werd een jaar, twee jaar werd negen jaar en uiteindelijk heeft Soumokil twaalf jaar in kamp Nuis gewoond.

VRIJHEID EN BLIJHEID

Hoewel de leefomstandigheden in kamp Nuis erbarmelijk en onmenselijk waren, denkt Soumokil met een warm hart terug aan deze periode. “Het was vrijheid en blijheid. Wij vormden een groot, hecht gezin en wij voelden ons verbonden met elkaar.”

In de zomer werd er gevoetbald en gevliegerd; in de winter geschaatst en op zaterdag was het spelletjesavond. Dat doet Soumokil niet met zijn eigen drie kinderen. Zij gaan zaterdagavond liever ‘stappen’.

Over het verloop van de integratie van de Molukkers in de Nederlandse samenleving laat Soumokil niet veel los. “Wie ben ik om daarover te
oordelen”, zegt hij. De oerHollandse vrouw van Soumokil weet meer te vertellen. Zij vindt dat de generatie van haar man goed is ingeburgerd.

“Zij kwamen hier met niets en moesten hard werken en leren om iets te bereiken. Er was geen tijd om stil te blijven staan in de eigen cultuur.”

In de jaren zestig verhuisden de Molukkers uit kamp Nuis naar Hoogkerk, Marum, Drachten en andere plaatsen in de omgeving. In Drachten vonden veel Molukkers werk in de Philipsfabriek.

Soumokil ging een andere weg. Hij heeft een eigen sportschool in Marum.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

negen − een =